
Column Tim Wijnen: Theaterbezoek
BlogElke keer dat ik het theater uitloop, neem ik me op de terugweg stellig hetzelfde voor: dit moet ik echt vaker doen. Zelfs als een voorstelling een keer tegenvalt, heb ik nooit spijt van mijn avondje uit. Je zit even een paar uur in het donker, laat je meeslepen door een goed verhaal en bent even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Vooral bij cabaret zit ik altijd goed, maar eigenlijk is theater bijna altijd een heel leuk en leerzaam tijdverdrijf.
Het is ook niet zo dat ik in een regio woon waar een arm theateraanbod is. In een straal van tien kilometer kan ik zo vijf theaters opdreunen waar vrijwel elk weekend voorstellingen zijn die een bezoek waard zijn. En dan heb ik het nog niet eens over gemeenschapshuizen en cultuurpodia waar ook nog weleens wordt opgetreden. Als ik wat beter de programma’s van al die verschillende theaters in de gaten zou houden, weet ik zeker dat ik elk weekend wel iets van mijn gading zou kunnen vinden.
Maar misschien is dat tegelijkertijd ook wel het probleem met al die theaters in de regio. Er is simpelweg zoveel aanbod dat het mij onmogelijk lijkt om elk weekend maar volle zalen te trekken. Natuurlijk heb je echte theaterliefhebbers die elk weekend wel een voorstelling meepikken, zeker in de wat oudere doelgroep. Maar ik denk ook dat je er een heleboel zoals ik hebt, die een schamele twee keer per jaar een kaartje kopen en dan alleen de Theo Maassens van deze wereld willen zien. En met dat soort incidentele bezoekers dek je de kosten echt niet. Het lijkt me daarom geen wonder dat er eens in de zoveel jaar gemeenschapsgeld richting een theater moet gaan om de boel open te houden. En of dat dan terecht is? Geen idee. Misschien springt de gemeente elke keer wel in de bres in de hoop dat heel veel mensen zoals ik eindelijk hun goede voornemens gaan waarmaken.